UNESCO Constitutie | Oorlogen ontstaan in de hoofden van mensen

De eerste zin van de Constitutie van UNESCO luidt: Since wars begin in the minds of women and men, it is in the minds of women and men that the defences of peace must be constructed. Oorlogen ontstaan in de hoofden van mensen. Daarom moet de basis van vrede dáár worden gelegd: in ons denken. Dat vormt de kern van het werk van UNESCO, de VN organisatie voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur. De auteur van deze uitspraak is de Amerikaanse dichter en schrijver Archibald MacLeish, die destijds de Amerikaanse delegatie leidde bij de oprichting van UNESCO. Het verschuift de nadruk van wereldvrede naar het individu, naar de eigen, persoonlijke, innerlijke transformatie.

De Indiase filosoof Jiddu Krishnamurti zei dat de uiterlijke oorlog in de wereld slechts een weerspiegeling is van de innerlijke strijd, de hebzucht en agressie binnen ieder individu. Volgens die visie kunnen we de wereld pas pacificeren als je eerst de strijd in jezelf strijdt en oplost.

De schrijver Peter Schneider schreef in 1982 in zijn boek Der Mauerspringer uit 1982 over de Berlijnse Muur: Het afbreken van de muur in het hoofd zal langer duren dan welk sloopbedrijf dan ook nodig heeft voor de zichtbare muur. Peter Schneider schreef dit citaat zeven jaar vóórdat in 1989 de Berlijnse Muur daadwerkelijk viel.

Het is geen complexe waarneming. Wat het complex maakt is, dat we, wat in onszelf leeft en opkomt, zo vaak ongefilterd op een buitenwereld projecteren. Het is geen nieuw verhaal, het is het verhaal van de mens en zo oud als de tijd waarin de mensheid zich bewust is gaan worden van zichzelf en die wereld om hem heen.

Doorheen eeuwen hebben we de mens enorme sprongen zien maken in wat aspecten van beschaving noemen: architectuur, kunst, cultuur, onderwijs, technologie. Maar parallel daaraan hebben we kunnen zien hoe de menselijke geest evengoed een bron van destructie kan zijn – de ongeremde neiging met geweld landen en volkeren in te lijven. De schending van de rechten van de mens is eeuwenoud. Tot op de dag van vandaag zien we beide stromingen in de wereld – de vreedzame en het gewelddadige en daarbij niet zelden het gewelddadige gepresenteerd als een vreedzaam proces.

Educatie kan mensen bewust maken, van zichzelf, van de gemeenschap, van de wereld en van het gegeven dat de wereld kleur, gestalte en betekenis in ieder van ons krijgt. Er is vrijheid van geloof, spreken en denken nodig om het individu te helpen tot wasdom te komen.

Educatie is echter, helaas, niet uitgezonderd van gewelddadige, ontwrichtende tendensen. In tal van landen dient onderwijs als een instrument van de machthebbers. Landen waarin het geboorterecht en het recht op een eigen bestaan van en onderwijs aan vrouwen amper of niet worden erkend. Onderwijs in landen die een enkele religie kennen, waarin religie rigide wordt uitgelegd en toegepast en al het andere categorisch wordt uitgesloten. Religie als wapen in plaats van, zoals oorspronkelijk bedoeld, een weg naar (innerlijke) vrede. Onderwijs met een strak nationalistisch en discriminerend karakter. Onderwijs als middel om de eigen historie een draai naar onwaarheid te laten maken en alles wat democratisch, gelijkheid, rechtvaardigheid uit te sluiten.

Het is belangrijk geregeld stil te staan bij het belang van onderwijs, bij de rechten van de mens in deze, en bij de verantwoordelijkheden, normen en waarden en plichten die hierbij horen. Net als democratie is evenwichtig onderwijs niet vanzelfsprekend. Ja, oorlogen, net als het andere in ons leven, ontstaan in onze hoofden. De vraag is altijd waar die hoofden mee worden gevoed en of we daar in ons land en op het Europese continent gemeten naar de mogelijkheden en onze verantwoordelijkheden voldoende recht aan doen.