Scholen kunnen meer doen aan welzijn door een zorggerichte, veelal individuele aanpak | Martine Braaksma, Helma Twilt | Onderwijsraad

Verminderd welzijn wordt in onderzoek en beleid vooral benaderd als een individueel mentaal gezondheidsprobleem. Dat zet scholen aan tot een zorggerichte, veelal individuele aanpak, die het onderwijs overvraagt. De Onderwijsraad pleit bij beleidsmakers en scholen voor een breder perspectief op verminderd welzijn, zodat de onderwijseigen mogelijkheden om bij te dragen aan welzijn beter worden benut. De raad benadrukt dat welzijn niet alleen een voorwaarde is, maar ook een opbrengst van onderwijs.

Aanleiding: onderwijs geconfronteerd met afgenomen welzijn jongeren Diverse onderzoeken laten zien dat de mentale gezondheid van basisschool-leerlingen, tieners en jongvolwassenen onder druk staat. Zij doen steeds vaker een beroep op geestelijke gezondheidszorg en jeugdzorg. Het gaat dan over

mentale problemen zoals emotionele, gedrags- en aandachtsproblemen, problemen in de omgang met leeftijdgenoten, gebrek aan mentaal welbevinden, en psychische klachten, waaronder gevoelens van depressie en angst.

Het onderwijs probeert passend te reageren op de welzijnsproblemen van jongeren. Dat is een grote opgave, omdat de problematiek complex is en er veel verwacht wordt van het onderwijs.

De Onderwijsraad brengt uit eigen beweging een verkenning uit over de vraag wat het onderwijs te bieden heeft voor het welzijn van jongeren. De raad maakt inzichtelijk hoe het onderwijs in beleid wordt aangesproken en hoe dit doorwerkt in de aanpak op scholen en andere onderwijsinstellingen (hierna: scholen). De raad verkent hoe de welzijnsproblematiek breder geduid kan worden en wat dit betekent voor de bijdrage die onderwijs kan bieden aan het welzijn van jongeren. Dit kan beleidsmakers op landelijk niveau en in gemeenten, schoolbestuurders,

schoolleiders en lerarenteams handvatten geven om een ander gesprek te voeren.

Analyse: onderwijs wordt door huidige benadering van welzijnsproblemen overvraagd en onderbenut

Afnemend welzijn wordt in onderzoek en beleid vooral benaderd als een individueel mentaal gezondheidsprobleem. Deze individueel-diagnostische duiding leidt tot de behoefte aan een diagnose en een passende interventie door een zorgprofessional

De huidige benadering zet scholen aan tot een zorggerichte, veelal individuele aanpak. Zij gaan zich richten op vroegtijdige onderkenning en preventie en ontwikkelen sterke zorgstructuren om leerlingen en studenten passend te ondersteunen. Dat vraagt veel van leraren en mentoren, die vaak het eerste aanspreekpunt zijn voor leerlingen, studenten en hun ouders. Welzijn wordt in deze benadering vaak gezien als voorwaarde om onderwijs te kunnen volgen.

De Onderwijsraad verkent twee andere manieren om de afname van welzijn te bezien. In de zingevingsduiding heeft afnemend welzijn te maken met een

fundamentele menselijke kwestie, namelijk de zoektocht naar betekenis en de zin van en in het leven. De maatschappelijke duiding plaatst afnemend welzijn in de context van maatschappelijke ontwikkelingen. De oorzaak wordt in deze duiding gezocht bij de geïndividualiseerde prestatiesamenleving, die een grote druk legt op mensen, zonder daarbij kaders of houvast te bieden.

Conclusie: onderwijs heeft veel te bieden voor welzijn

De raad signaleert dat het onderwijs overvraagd wordt vanuit de individueel-diagnostische duiding van afnemend welzijn. De eigen bijdrage van onderwijs aan het welzijn van jongeren wordt zo onvoldoende erkend en benut. Door een breder perspectief te hanteren op afnemend welzijn, ontstaat ruimte om op andere, en meer onderwijseigen, manieren bij te dragen aan welzijn.

Onderwijs heeft zelf iets te betekenen voor welzijn jongeren

Het onderwijs kan veel betekenen voor het welzijn van jongeren. Bijvoorbeeld als leerlingen en studenten zich gezien en uitgedaagd voelen, succeservaringen

opdoen en structuur en gemeenschappelijkheid ervaren. Onderwijs biedt leerlingen en studenten lucht om de aandacht op zaken buiten zichzelf te richten. Het kan leerlingen en studenten helpen de wereld en de mensen om hen heen beter te begrijpen, te ontdekken wat voor henzelf belangrijk is en hoe ze zich tot die wereld willen en kunnen verhouden. Het kan leerlingen en studenten toerusten voor hun persoonlijk en maatschappelijk leven, het kan oriëntatie bieden op wat van waarde is en het kan hen ondersteunen op de weg naar volwassenheid.

Onderwijs kan ruimte bieden voor zingeving

Aandacht voor betekenis en zingeving kan leerlingen en studenten helpen een eigen positie en weg in het leven te vinden. Dit blijkt belangrijk voor hun welbevinden.

Onderwijs kan bewust ruimte bieden om zin te vinden, zin te ervaren en om te gaan met existentiële onzekerheden. Aandacht voor zingeving kan verweven zijn in het curriculum, bijvoorbeeld in schoolvakken als godsdienst-levensbeschouwing, kunst en literatuur, maar kan ook buiten de lessen vorm krijgen.

Scholen kunnen bescherming bieden

Scholen kunnen bescherming bieden, een buffer vormen en de samenleving waar nodig op afstand houden. School kan een veilige plek en gemeenschap zijn, om te ‘zijn’ en samen te zijn. School kan gelegenheid bieden voor verbinding en

concentratie en kan een plek zijn om (samen) aan de slag te gaan. Een school die zo’n plek is, kan een belangrijke bijdrage leveren aan de kracht en weerbaarheid van jongeren. De beschermende ruimte van onderwijs kan ook schuilen in een veilige en sociale schoolcultuur.